Home Solo

Biografie

De beginjaren

Eddie de Jong (1950) en René Windig (1951), beiden geboren in Amsterdam, zijn klasgenoten op het Amsterdamse Barlaeus-gymnasium, waarbij ze samen met De Drie Hansen het tekenaarscollectief De Vijf Slijmerds vormen. In de klas tekenden ze een plaatje, om vervolgens de pagina door te geven aan een ander. Zo ontstonden pagina lange strips. Vaak begon zo'n strip met een bestaand plaatje, Oom Wim bijvoorbeeld.

Na in het blad Aloha enkele vroolijke teeken-trucs gegeven te hebben, brengen De Slijmerds in 1973 het eerste nummer uit van het tijdschrift Gezellig en Leuk. Met daarin een parodie van Oom Wim, de belerende oom uit Robbedoes, die zo leuk van die historische verhalen weet te vertellen. Tien jaar lang zal de Oom Wim van Windig en de Jong zijn pijpezeikerige verhalen werk verrichten. In 1978 in de opvolger van Aloha, Caramba, en als dat ophoudt te bestaan, 1979 in Gummi. Totdat ook dat blad de geest zal geven.

Een Vroolijke Teekentruuk

Donald Duck

Als in 1974 Windig en de Jong niet zo erg goed de Pep-redactie kunnen vinden, en per ongeluk bij Donald Duck binnenzeilen, mogen ze meteen aan de slag. Zeven Duck-verhalen mogen ze tekenen, in een iets overdreven Barks-stijl; nekken en snavels nét iets langer, de bewegingen nét iets krachtiger. Maar dan bericht Walt Disney uit Amerika dat het allemaal niet meer zo vrij mag zijn in Nederland; scenario's en tekeningen moeten voortaan strikt volgens de Disney-normen gemaakt worden. Dus Windig en de Jong krijgen scenario's waar ze niet zoveel meer aan vinden. En dus stoppen ze met Duck.

Of stoppen... Een paar jaar later staan er in Gezellig en Leuk toch weer enkele Donald Duck-verhalen. Maar daar bewandelt de eend een iets ruiger levenspad dan in het Vrolijke Weekblad...

Gezellig en Leuk

Pee Pee Cluck Cluck

Een béétje vent begint eens in zijn leven serieus aan een tekenfilm. Zo ook Windig en de Jong. Na hun Duckwerk zullen ze een blauwe maandag aan Pee Pee Cluck Cluck knutselen. Genoemd naar een nummer van Toots and the Maytals. Met ook dat nummer als begeleidende muziek, een clip dus eigenlijk. Een vogel danst twee minuten op een ei, en op het stevige ritme van de muziek. Ze werken met uitgeknipte tekeningen, niet met cellen. Helaas. Alshet filmpje af is, blijkt er iets mis geweest te zijn met de belichting van de camera. Het beeld flikkert en flitst dat het een lieve lust is. Op hun feestjes is Pee Pee Cluck Cluck nog wel te zien, maar het tekenfilmavontuur is afgelopen. Het is weer tijd voor een blaadje.

Precies vier jaar na het eerste nummer verschijnt Gezellig en Leuk 2. Met naast persiflages op Oom Wim en Donald Duck de belevenissen van Père Leonard.

Gezellig en Leuk lijkt wel een jaarblad te worden, want de nummers 3 en 4 verschijnen elk weer een jaar later. En telkens in april. Oei! denken de heren in januari, Het is januari! En ze beginnen als beesten te tekenen, zodat er in april weer een blaadje te koop zal zijn. In deel 3 staan ook Pietje Pelikaan en Theun. Later zal de sprookjesachtige boer Theun nog rondscharrelen in het Doorzon Vakantieboek en in Heinz.

Omdat Windig en de Jong nooit hun naam vermelden, worden ze in de volksmond zo langzamerhand noodgedwongen aangeduid met de naam van hun blad: Gezellig en Leuk.

Dick Bosch

Voor Caramba maken ze in 1978 Zappo & Pipetti, twee clowns aan de zwerf. En in 1980 ontwerpen ze voor Supergum, het vervolg op Gummi, een nieuwe held: Dick Bosch. Of nieuw... Na Oom Wim en Donald Duck is ook Dick Bosch een parodie op een al bestaande strip. Van 1941 tot 1969 heeft Alfred Mazure 73 kleine onder-de-schoolbanken-deeltjes Dik Bos geproduceerd. Een krachtige held die in het Hollandse landschap zijn jiujitsu kunsten vertoont. In de beginjaren staan de teksten van Dik Bos nog in de oude spelling, dus ook Dick Bosch gaat ouderwetsch spreeken. Eenigszinsch ooverdreeven, dat wel. Vol oubollige clichés (Daar moet ik het mijne van weeten!) en boeven met schuilnamen als Den Spoelworm of Den Rat. Na Supergum staat Dick Bosch in 1981 een jaar lang in Wordt Vervolgd, de Nederlandse versie van A Suivre.

De Espee tijd

Gummi, het blad waar Windig en de Jong Ome Wim voor tekenen, houdt in 1979 op te bestaan. Dit blad wordt uitgebracht door Espee, de uitgeverij van Ger van Wulften. Windig en de Jong zullen later nog voor andere bladen van uitgeverij Espee tekenen.

Het eerste album! In 1980 verschijnt Ouwe Troep, een prachtige verzameling verhalen, die in de jaren ervoor her en der in de verschillende bladen hebben gestaan. Fnirwak, Boek vol Vertwijfeling en Hoop, dat drie jaar later verschijnt, is net zoiets. Eigenlijk zou Fnirwak Den Kraaienmarsch gaan heten, maar omdat de uitgever Espee onredelijk snel de cover voor het album wilde hebben, prutsen Windig en de Jong even snel een cover in elkaar, met dus ook een andere titel daarop.

Omdat Wordt Vervolgd al zijn Nederlanse tekenaars moet afstoten, krijgen Windig en de Jong weer tijd voor een blaadje. En dus verschijnt drie jaar na nummer 4 Gezellig en Leuk 5. Geheel gevuld met Dick Bosch.

In datzelfde jaar 1982 ligt er plots een zwaar, kloek boek in de winkels: René Windig Drawings, Drawings of the Master deel zoveel. Ontstaan door eenvoudigweg Windigs bureau eens schoon te maken en alle schetsjes, vingeroefeningetjes en kunstzinnige uitingen in een boek te plempen. Heel mooi.

In 1984 ontvangen de heren voor het album een Stripschapsprijs, die ze overigens ook meteen weer doorverkochten op de strip-3-daagse, omdat ze de terugreis naar Amsterdam moesten betalen. Later heeft het Stripschap alsnog de penning teruggekocht en weer aan ze gegeven.

In 1982 wordt het tijdschrift De Vrije Balloen, op aanraden van een groep vaste tekenaars, overgebracht naar uitgeverij Espee. Ook wilde men een redactie, zodat het blad een duidelijke lijn had. Daardoor werd het hernoemd naar De Balloen. Windig en de Jong krijgen de vrije hand als hoofdredactie, en ook de tekenaars uit de Espee stal, Hein de Kort, Willem Vleeschouwer, Aart Clerkx en Peti Buchel, deden mee, waardoor het blad reuzegezellig, leuk en dolkoomisch geworden is..

En Dick Bosch verhuist van Wordt Vervolgdt naar De Balloen. Dan denken Windig en de Jong dat ze er klaar voor zijn: een dagstrip. Dick Bosch staat in 1983 een jaar in De Waarheid, dagelijks een strookje. In 1988 zal hij nog even wekelijks in Het Parool opbloeien, in het prachtige tekststrip Dick in den Grooten Stad. Daarna is er niets meer van hem vernomen... Op die flessen Bosch Bier na dan, waar hij op het etiket verschijnt. En in 1991 verschijnt De Groote Dick Bosch Almanak, met flink wat oude Dick Bosch-verhalen erin. Met oude foutjes weggewerkt en vervolmaakt. Want zo zijn ze wel.

Een eigen stichting

In 1984 verschijnt Gezellig en Leuk 6. Met niet alleen een kleurencover en Dick Bosch daarin, maar ook met werk van Paul Bodoni, Aart Clerkx en Mark Smeets. Zij vormen met Windig en de Jong de redactie, die kort ervoor de Stichting Gezellig en Leuk hebben opgericht. Voortaan gaan ze zelf hun boeken uitgeven. Zoals in 1986 het mooie oblongboekje Dick Bosch in: Tuinen Dick!, met daarin de stroken uit De Waarheid, en een album van Rockin' Belly. Bovendien gaan ze ook boeken van Bodoni, Clerkx en Smeets uitgeven, altijd mooi verzorgd, krachtig en stevig van kleur.

De Stichting geeft in 1986 Gezellig en Leuk 7 uit en wee jaar daarna nummer 8. Met ook nog tekenaars als Kamagurka en Herr Seele, Hein de Kort, Eric Schreurs en Wim Stevenhage daarin. En een mooie samenwerkingsstrip met Peter Pontiac, waarin Belly Gaga ontmoet.
Een samenwerkingsproject met Clerkx wordt nooit afgerond. Hij heeft ooit twee pagina's uitgewerkte schetsen gemaakt voor Urgo, Zoon van Fnirwak.

Bluf

Na in 1983 een serie lerarenkarikaturen voor de eerste Doorzon-schoolagenda getekend te hebben, vraagt een vriend van het krakersblad Bluf of ze geen strip voor hem willen maken.
Dat wordt Rockin' Belly, met in de hoofdrol die vriend, Frans de Wit, die ook zingt in de band de Rockin' Belly Bende. Een belangrijke rol bij Belly is weggelegd voor de visboer, die eigenlijk uit Dick Bosch komt.
Rockin' Belly verschijnt op de jeugdpagina van Het Parool en Windig en De Jong binden de banden met de Bende strak aan. Windig speelt mee op mondharmonica, ze maken het affiche dat door de stad geplakt wordt als ze ergens optreden en in 1987 verschijnt het singletje Green Stuff, met een hoesje en strip van Windig en de Jong daarbij. Verschenen op Dancing Cat Records, met als beeldmerk de kat van Belly. Ene Heinz...

Heinz en de grote doorbraak

Begin 1987 vervangen Windig en de Jong Rockin' Belly op de Goochempagina van Het Parool door hun nieuwe strip, Heinz. Eigenlijk dus de kat van Belly, maar nu schitterend in een eigen serie. Soms komt Theun eens bij Heinz langs. En Dick Bosch. Af en toe eens een heinz-bouwplaat (toen die een kubus was), of een fles Heinz-wijn.

Naast Heinz verschijnt in het Parool eind 1987 en begin 1988 een stripje met een knipoog naar de aktualiteit van de dag: Ome Cor, een visboer die veel bezoekers ontvangt in zijn kraampje. Ook Heinz komt een keertje langs.

Heinz wordt echt een succes. Na verloop van tijd willen steeds meer kranten Heinz hebben. En ook Sjors en Sjimmie Stripblad, waarin Heinz in 1991 eindelijk in kleur kan verschijnen. Maar liefst vijf jaar houden Windig en de Jong deze helse dagproductie vol. Al deze inspanningen worden dan ook in 1991 beloond met opnieuw een Stripschapsprijs, die ze dit keer houden.

En dan is het genoeg geweest. Genoeg Heinz. Genoeg zelf uitgeverijtje spelen. Ze hebben zeven albums met Heinz uitgegeven. En er moeten er nog drie verschijnen bij een andere uitgeverij. De briljante titel Dansen met Konijnen voor del 8 is helaas vervangen door Circus Heinz.

Na Heinz gaan Windig en de Jong nog verder met tekenen. Eerst nog in het Sjors en Sjimmie stripblad om de brieven op te sieren met een leuke illustratie. En Belly zit ook niet stil; onder de naam Belly Goes Bonkers brengen ze de CD The Lone Twister uit, waar een fraaie hoes voor getekend wordt. In 1999 zullen ze nog een hoes ontwerpen voor Belly Goes Bonkers: Working For A Living. Na The Lone Twister doen ze wat illustraties voor Kapitein Iglo, een boek van Erik Bindervoet en Robert-Jan Henkes. Ook verschijnt er een paar jaar later een dichtbundel voor kinderen Ik Voel Me Ozo Heppie, waarbij schetsen van René Windig de gedichtjes opleuken.

Maar dan kijkt in 1993 ineens weer een kat om het hoekje bij menig krant. Heinz is terug! Zeven jaar werken Windig en de Jong met vernieuwd enthousiasme aan Heinz, 13 albums vol.

In 1995 doen ze er nog een boekje voor KPN dat deel uitmaakt van de voorlichtingscampagne voor het omnummeren van telefoonnummers naar 10 cijfers, want in 1995 had niet iedereen dat.

Totdat in 1999 door een samenloop van persoonlijke omstandigheden oude strookjes bij de kranten worden aangeleverd. Kranten pikten dit niet en de OHS-affaire was een feit. Landelijk werd er veel aandacht aan besteed en voor Windig en de Jong was de lol er af. Een jaar zijn ze nog doorgegaan met Heinz, totdat ze de brui er dan echt aan geven.

Maar Heinz is nog niet dood. Plannen om een avondvullende tekenfilm te maken worden gesmeed, en in 2001 wordt Heinz The Movie aangekondigd. Na jaren van voorbereidend werk zal de film echter nooit gemaakt worden. In 2004 verschijnt het scenario van de film in Het Parool. In 2002 houden de heren een tentoonstelling om de huidige stand van zaken omtrend de film te tonen. Schetsen van de film, maar ook bewerkte plakplaatjes en zo maar wat kun je bezichtigen en kopen bij stripwinkel Lambiek.



Reclamewerk

Ondertussen werken Windig en de Jong kort aan een reclame-actie van Koopmans bakmeel. Bij Koopmans kun je diverse artikelen bestellen van de Zingende Pollepel. En de Pollepel, die komt van Gezellig en Leuk.

En René zit niet stil; hij speelt vanaf 2002 in de band van zijn vrouw, De Wilma's, waar hij ook de hoezen voor twee CDs verzorgd, en in 2006 in de Rootsclub, waar in 2007 een CD van uitkomt met een tekening van Rene.

In 2004 wordt het draaiboek voor de Heinzfilm in Het Parool gepubliceerd, gevolgd door een nieuwe reeks Heinz strookjes, in kleur. En een tweede strook met elke dag een ander karakter. Dan weer Eend, dan weer Kabouter, de andere dag Sliske en dan een dag Hund. Deze stripjes worden in de bundel Beffen Ijf samengevat en samen met het nieuwe Heinz album in 2006 in stripwinkel Lambiek uitgebracht. Samen met weer een prachtige tentoonstelling.

2007 wordt afgesloten met een expositie in Café De Vriendschap, in 2008 gevolgd door een tentoonstelling van een aantal stukken in het Singer museum te Laren onder de noemer Strip en Kunst, waar de grens tussen kunst en strip onderzocht wordt.