Albums Tijdschriften Interviews

Eddie de Jong (links) en René Windig: „Vroeger hadden we nog wel die dicipline, maar die is nu sterk verwaterd. Ja, stérk verwaterd. Maar het komt toch altijd af.”

Foto: United Photos de Boer · Merissa Beretta


'Strips zijn gewoon om te lachen'

Windig en de Jong voelen zich na twintig albums 'dinosaurussen'

Het twintigste Heinz-album is uit. Al twaai jf jaar leggen tekenaars René Windig (47) en Eddie de jong (48) de stompzinnige belevenissen van deze kat vast. Reden voor stripgalerie Lambiek in Amsterdam om een expositie rond het chagrijnige dier in te richten. Een hoop drukte: de makers worden er bijna overspannen van.

In de studio van de Amsterdamse firma Gezellig & Leuk heerst rond het middaguur een wat matte stemming. Na de drukte de afgelopen dagen rond de opening van de Heinzexpositie in galerie Lambiek zitten de twee firmanten er wat afgemat bij. Eddie de long, met een blikje lauw bier in de handen; „We hebben een beetje een kater, sorry. Godjemig, even bijkomen hoor.” En dan moeten ze ook nog met hun 'ongeschoren haar en hun puisten en alles' op de foto. René Windig: „Er komt een heleboel over ons heen deze dagen. Eerst naar die opening, dan weer mensen die een boekje onder je neus duwen - of je er maar een tekeningetje in wil zetten. Er was zelfs een dame die vroeg of ik mijn Heinz-shirt uit wilde trekken. Nou, dat vraagt mijn eigen vrouw nog niet eens.”

Het verschijnen van het twintigste Heinz-album is de directe aanleiding voor de expositie in Lambiek. Op de eerste strook van het album vertelt een scheel konijn, een pijp achter de tanden, wat vooraf ging, 'en nu zitten ze samen in de kroeg om dat te vieren!' Het zet meteen de toon voor het jubileumalbum Proost, Heinz! waarin bier een grote rol speelt. De koper krijgt ongevraagd een bierposter bijgeleverd en de achterflap meldt dat moderne mensen bier drinken. Een grote rol is in het album ook weggelegd voor de zee en zij die haar bevaren. Pijprokende zeemannen met morsige baarden, zeemannencafés, drankliederen, scheepsbeschuit, godlasterende papegaaien, tatoeages, het dek zwabberen, aardappels schillen in het vooronder, alle hens aan dek; er is geen cliché rond de zeevaart dat blijft liggen. Ook vertellen de personages elkaar eindeloos onzinnige verhalen als ze weer eens niets te doen hebben.

Als de irritatie van de kapitein hem uiteindelijk te machtig wordt en hij Heinz in een dichtgetimmerde kist overboord zet, spoelt deze aan op het onvermijdelijke onbewoonde eiland. Tot zijn verdriet blijkt dit toch bewoond. Een onuitstaanbaar tweetal, Jan en Jaap, heeft hier een eigen staat gesticht met eigen regeltjes die Heinz tot wanhoop drijven. Heinz: 'Zeg, ik heb al dagen niets gegeten. Hebben jullie wat in huis?' Jan en Jaap: 'Ja, maar op Janjapië wordt pas om acht uur 's avonds gegeten. Als iedereen maar ging eten wanneer het hem belieft, zou het gauw gedaan zijn met de democratie. Zeg dan maar dag met je handje.'

Eddie: „Jan en Jaap, dat zijn wij zelf een beetje. Zelf zijn we ook dol op regeltjes. Dat komt een beetje door het golf spelen. Dat stikt gewoon van de regels. Die je dan ook nog allemaal uit je kop moet kennen.”

René: „We hebben zo'n instructieboek met leipe tekeningen." ”

Eddie: „Heel erg belachelijk, dat je onder bepaalde omstandigheden een balletje niet mag aanraken, bijvoorbeeld. Maar het klopt wel allemaal."”

Donald Duck

Zowel Eddie de Jong als René Windig begonnen hun professionele carrière als tekenaar bij Donald Duck. Sporen hiervan zijn nog terug te vinden in een zeldzaam album met de titel Ouwe troep. René: „Dat heeft nu een cataloguswaarde van 200 gulden!” We zien in dit boek een Donald Duck, die dingen doet die niet in het vrolijke weekblad zijn te zien, zoals zuipen en vloeken. Ook de avonturen van Dick Bosch, getekend in jaren- dertigstijl en bijbehorend archaïsch Nederlands, behoren tot het vroege werk.

Tegenwoordig leggen Windig en De long zich bijna uitsluitend toe op de dagelijkse strook Heinz. De twintig verschenen albums zijn bundelingen van de dagstrips die al ruim tien jaar in een groot aantal dagbladen verschijnen. Heinz begon zijn carrière in 1987 op de kinderpagina van het Parool, in een bijrol. Inmiddels is Nederland veroverd. Heinz verschijnt dagelijks in tientallen kranten.

René: „En België! En Zweden! En Curaçao!”

Eddie: „Maar díe krant is alweer over de kop. 'Beurs- en Nieuwsberichten' heette die, de NRC van Curaçao. We krijgen in elk geval niet meer betaald.”

René: „We hebben wel eens een tournee door Amerika gemaakt. Langs kranten. Maar hoofdredacteuren willen alleen met een agentschap praten, niet met de tekenaars zelf. Tegen agentschappen kunnen ze tenminste eerlijk zijn en zeggen wat ze ervan vinden.”

Eddie: „Misschien vonden ze Heinz niet Amerikaans genoeg.”

René: „En ze hebben al een kat in Amerika.”

Onverkwikkelijke zaken

Ook in Duitsland is nog geen resultaat bereikt. René, somber: „Onze uitgever gaat dan weer naar de Buchmesse toe. Dan zijn er weer wat moffen geïnteresseerd maar dat leidt allemaal nergens toe. Zo hebben we nóg een hele lijst van onverkwikkelijke zaken waar we het niet over willen hebben.” Eddie: „Bovenaan die lijst staat een reclamebureau in Beverwijk dat originelen van ons gebruikt heeft maar nooit teruggebracht. Die reageren pas als je een advocaat in de arm neemt. Maar liever gooien we een steen door de ruit.”

De tekenaars zijn erg gehecht aan hun tekeningen. In Lambiek moeten er dan ook flinke bedragen op tafel gelegd worden voor originele strookjes of schetsen. De echte liefhebber kan zich de oorspronkelijke cover van één van de Heinzalbums aanschaffen. Ook zijn gesigneerde litho's te koop. Speciaal voor de expositie vervaardigden Windig en De Jong een hysterisch tafereel: een onnatuurlijk vrolijk grijnzende Heinz en Frits, een grote bos fel gekleurde bloemen in de hand. René: „Mensen zeggen dat Heinz altijd zo somber kijkt. Dat hij zo'n donkere streep heeft op de plaats van zijn ogen. Maar wij vinden hem helemaal geen chagrijnige kat. Heinz is eigenlijk het enige normale personage dat daar rondloopt. Verder zijn het louter idioten en makezen.”

Heinz heeft als huisdier werkelijk geleefd. Hij was blind aan één oog - dat er later uit moest - en overleed in 1985. Ook Heinz' bravige vriend Frits was de huiskat van één van de tekenaars. De schildpad Jodocus, die iedereen altijd verveelt en irriteert met zijn lage spreek- en handeltempo, leeft nog.

René: „Schildpadden leven echt fucking lang! Ieder najaar graaft Jodocus zich in, in de tuin. Als het gaat vriezen denken we elke keer: dat overleeft-ie niet. In april komt hij er dan weer uit. Gaat-ie eerst vreselijk gapen. Dan in bad. Mijn vader wreef hem dan altijd in met olijfolie, zodat hij weer ging glirmnen.”

Eddie: „Of met tijgerbalsem.”

René: „Hij werd altijd heel erg dof, en dat was niet mooi.”

Slagveld

De studio van Windig & De Jong oogt als een slagveld. Gomsel, onoverzichtelijke stapels paperassen, schetsen en faxen. Volle asbakken, lege inktpotten en blikjes verschaald bier. Een met inkt bespatte tekentafel, foto's van Dolly Parton aan de muur.

Eddie zoekt een album. „Het moet hier ergens onder de troep liggen.”

René: „We hebben namelijk net opgeruimd.”

Eén wand is bedekt met een boekenkast vol strips. Eén plank buigt door onder het gewicht van uitsluitend Suske en Wiskes.

Eddie:„Suske en Wiske, Nero, Guust Flater zijn onze voorbeelden geweest. We hebben ons lang laten inspireren.door België en de Belgische cartoons.”

René: „Maar daar is geen ene moer meer van over. Net als van het Belgische voetbal. De hele stripwereld is tijdenlang op België georiënteerd geweest. Maar tegenwoordig is de Nederlandse stripcultuur beter dan de Vlaamse. In Nederland is veel jong talent. De Belgen beginnen veel te Frans te worden. Die lekkere Vlaamse volkshumor, zoals je die ziet in bijvoorbeeld de eerste twintig albums van Willy Vandersteen begint te verdwijnen. De tekenaars vertrekken naar Brussel, ze doen allemaal heel belangrijk, maar er is niks meer aan.”

Eddie: „In België doen de tekenaars heel artistiek tegenwoordig met pompeuze tentoonstellingen. Strips zijn gewoon om te lachen.”

René: „Het moet een geintje blijven.”

Lol

Het duo Windig en de Jong kent geen onderscheid tussen scenarist en tekenaar.

René „We werken in elk onderdeel samen. Het bedenken, het schetsen en het inkten.”

Eddie: „We geven de strookjes gewoon aan elkaar door. Als één van ons ziek is of op vakantie doet de ander het in zijn eentje.”

René: „Dat kan ja, dat is handig, maar leuk is het niet. Als we samenwerken hebben we veel meer lol.”

Hoewel er elke dag een Heinz uit moet, zitten de makers niet in een ritme van negen tot vijf. Eddie: „Vroeger hadden we nog wel die discipline, maar die is nu sterk verwaterd. Ja, stérk verwaterd. Maar het komt toch altijd af.”

René: „Soms rollen er drie of vier op een dag uit. De andere dagen ben je er ook mee bezig, in je hoofd. Waar je je kwaad over maakt.”

Eddie, fanatiek: „Alles wat je tegenkomt op straat, dat verwerk je ook. Mafkezen, postkantoren.”

René: „Vaak zitten we elke ochtend voor we beginnen alle rottigheid van onderweg hier naartoe te verwerken. Regelmatig zitten daar al goede grappen tussen.”

De tekenaars weten zich gesteund van een groeiende groep van doorgewinterde fans. René: „We krijgen veel brieven van mensen die helemaal in de Heinzwereld leven.” Eddie: „Of die schrijven dat ze zich gesteund voelen in hun wereldbeeld door Heinz.”

René: „We zijn toch langzamerhand een soort dinosaurussen. Dat we nog strips tekenen. Het laatste landelijke Nederlandse stripblad is opgeheven. Hoe dat komt? Alles moet tegenwoordig veel geld opleveren. En de jeugd zit te kloten met internet. In plaats van gewoon in stripbladen te lezen.”

Silvan Schoonhoven

De expositie is tot eind oktober te zien in stripgalerie Lambiek, Kerkstraat 78 in Amsterdam. Openingstijden: maandag tlm vrijdag van 11.00 tot 18.00 uur. Zaterdag tot 17.00 uur. Zondag van 12.00 tot 17.00.
De Heinzalbums verschijnen bij uitgeverij Het Raadsel.