Albums Tijdschriften Artikelen

I n t e r v i e w


Geen Tulpen voor Dolly Parton

AMSTERDAMSE STRIPKATER HEINZ VIERT TWINTIGSTE VERJAARDAG

door Mario Stabel

De twintigste verjaardag van de Nederlandse stripkater Heinz wordt dit jaar op passende wijze gevierd: er gebeurt helemaal niks. Stripgids stuurde MARIO STABEL naar Amsterdam met twee flessen wijn, waarop de geestelijke vaders van Heinz, René Windig en Eddie de Jong, meteen ook een paar sixpacks Heineken lieten aanrukken. "Begrijpen de Belgen onze humor eigenlijk wel?", vragen ze zich bezorgd af.

Stripkatten zijn er genoeg. De Kat van Philippe Geluck, natuurlijk, of Krazy Kat van George Herriman, Fritz The Cat van Robert Crumb en de kapotgecommercialiseerde Garfield. Stripkater Heinz blijft een buitenbeetje, die altijd wat in de schaduw gestaan heeft van zijn bekendere broers. De soms wat onconventionele en anarchitische, maar toch licht verteerbare drieprentjeshumor komt uit de breinen van René Windig en Eddie de Jong, twee rasechte Amsterdammers die ondertussen al twintig jaar lang Heinzavonturen uit hun duim zuigen. Nu ja, avonturen... Lotgevallen is wellicht een beter woord. Hun uitvalsbasis is nog altijd een tekenstudiootje vlakbij het Waterlooplein, waar het niet bepaald gonst van de activiteit. Wel trekken ze in de loop van het gesprek tientallen tijdschriften en albums van bewonderde helden uit de kasten in het atelier.

René Windig: Eddie en ik zaten op dezelfde middelbare school, hij wel een jaartje hoger. Op een gegeven moment zag ik het met een hele lading Lucky Lukes rondlopen en dacht ik bij mezelf: 'Hé, nog iemand die Lucky Luke leuk vindt.'
Eddie de Jong: Ik had toen dringend geld nodig en...
René Windig: Ik heb ze toen allemaal gekocht. Omdat we die passie voor strips deelden, kwamen we al snel op het idee om er zelf te gaan maken. Ik liet dan een tekening achter op de wc en liep dan 'toevallig' Eddies klas binnen zodat hij wist dat er nieuw materiaal lag te wachten.
Eddie de Jong: Dan kon ik niet snel genoeg die klas uit, natuurlijk. Toen werkten we ook samen met de drie Hansen, drie schoolgenoten die toevallig alledrie Hans heetten. W vertrokken vaak vanuit een bestaande foto...
René Windig: Dylan Thomas uit onze cursus literatuur bijvoorbeeld.
Eddie de Jong: Die tekenden we dan na en gaven we verder aan de volgende. Het origineel kreeg die niet te zien, hij moest verder bouwen op de tekening. Dat ging zo wel even door.
René Windig: Ik moet je niet vertellen wat voor boeltje dat werd.
Stripgids: Hebben jullie daarna een echte tekenopleiding gevolgd?
Eddie de Jong: Nee, we wilden gewoon wat lol trappen. Na onze schooltijd rolden we van het ene baantje in het andere. Tekenen was er daar maar één van.

René Windig: Aan carièrreplanning hebben we nooit gedaan. Ook in ons Donald Duck-avontuur zijn we zomaar ingerold. Bij Lambiek (een stripwinkel in Amsterdam - MS) hoorden we dat het striptijdschrift Pep nog tekenaars zocht. Wij daar naartoe met onze stripmap, was die verantwoordelijke nergens te bekennen...
René Windig: Dus kwamen we terecht bij de Donald Duck redactie, die toevallig in hetzelfde gebouw zat. We hadden een dierenstrip in onze verzameling zitten en die viel daar wel in de smaak. We hebben daar dan twee jaar gewerkt en zeven Duckverhaaltjes gemaakt.
Eddie de Jong: Tot vanuit Amerika de boodschap kwam dat we onze stijl iets te vrij vonden en we ons moesten aanpassen.
René Windig: Wat we dus niet deden.

Gezellig en Leuk

Stripgids: Toen richtten jullie zelf maar een tijdschrift op: Gezellig en Leuk.
René Windig: Na ons Donald Duck-avontuur hadden we de smaak van het strips maken wel te pakken. In het eerste nummer verscheen trouwens nog een nieuw avontuur van Donald Duck, met een iets aangepast scenario natuurlijk, niet echt Disney.
Eddie de Jong: Dat eerste nummer hebben we nog gewoon gekopieerd. Vanaf nummer 2 werd het gedrukt.
René Windig: We hebben trouwens lang gedacht dat drukken een wel heel tijdrovende en papierverslindende bezigheid was. Dat duurde en duurde en elke keer liep er wel iets mis.
Eddie de Jong: Tot we van drukker veranderden. Toen bleek dat het ook gewoon op één dag kon. (lacht)
Stripgids: Over welke oplage spreken we dan?
René Windig: Geen idee. Van dat eerste nummer hadden we zo'n 200 exemplaren, schat ik.
Eddie de Jong: Later hadden we er wel meer: 500, denk ik. We probeerden die te verkopen via de stripwinkels, maar die waren in het begin echt niet geïnteresseerd. Ze kregen al zoveel van die troep binnen, zeiden ze. We lieten toch maar enkele exemplaren achter en die bleken dan toch in de smaak te vallen.
René Windig: Op een gegeven moment hadden we zelf een eigen postbus...
René Windig & Eddie de Jong: (in koor) 15280!
Eddie de Jong: In het begin tekenden we dat tijdschrift zelf vol, maar vanaf nummer zes kwamen er ook andere tekenaars in: Bodoni, Stevenhagen, Schreurs, Kamagurka ook...
Stripgids: Hoe gaan jullie eigenlijk te werk? Levert de ene de scenariootjes en de andere de tekeningen? Of zijn jullie strips echt groepswerk?
Eddie de Jong: We werken echt wel samen. We bedenken samen de verhaaltjes en zetten die dan om in schetsen. Meestal is het wel René die alles in inkt zet.
René Windig: Maar zelfs daarvoor hebben we geen vast stramien. Als één van ons met vakantie ging, nam de ander gewoon de productie over. Alleen de kenners zien het verschil tussen een Windig- en een de Jong-Heinz.
Stripgids: Wie zijn jullie grote voorbeelden op stripgebied?
René Windig: 'Nero' van Marc Sleen vonden we allebei wel de max. Dat volkse en groffe, dat kenden we hier in Nederland niet. Ook de ouwe albums van Suske en Wiske hadden dat. Die werden dan vaak aangepast voor de Nederlandse markt. Dat haatten we echt. Wij wildenhet origineel.
Eddie de Jong: Die Nero's waren hier moeilijk te krijgen en dat maakte het allemaal nog interessanter natuurlijk. Ook stripbladen als Robbedoes, Donald Duck en Mickey vonden we wel de moeite.
René Windig: En 'Lucky Luke', die Morris kon er ook wat van. 'Kuifje' vonden we maar niks. Dat padvinderachtige sprak ons niet echt aan. Zò braaf!
Eddie de Jong: En Franquin natuurlijk... ook altijd boeiend! 'Peanuts'! 'Polly and Her Pals' (showt een duk verzamelalbum), dat zijn dingen die ons inspireren.
Stripgids: Allemaal redelijk oud werk. Welke hedendaagse stripmakers weten jullie wel te appreciëren?
Eddie de Jong: Dat moeten dan Luc Cromheecke en Laurent Letzer zijn. Dat zijn zowat de Vlaamse Windig & de Jong. Daar zijn we al heel lang mee bevriend, trouwens.
René Windig: Toen we mekaar voor de eerste keer ontmoetten, bleek Luc nòg kleiner te zijn dan Eddie.
Eddie de Jong: En Laurent was groter dan René. Echt hilarisch was dat.

Provo

Stripgids: Jullie zijn allebei geboren en getogen Amsterdammers. Speelt de stad een belangrijke rol in jullie werk?
Eddie de Jong: Zeker. Die typisch Amsterdamse mentaliteit komt eigenlijk vaak terug in onze albums. Beetje kankeren, elkaar bijnamen zitten geven...
René Windig: Begrijpen jullie onze humor eigenlijk wel?
Stripgids: Dat lijkt me mee te vallen, ja. Waarom?
René Windig: We zijn nu al onze kranten aan het sorteren. We hebben ook nog een tijdje in Het Volk gestaan. Dan veranderden we wel eens iets: guldens werden frankskes en zo... We vroegen ons toen vaak af: Begrijpen die Belgen dat wel? Kunnen die daar ook om lachen?
Stripgids: Dat tegendraadse van het Amsterdam van eind jaren '60-begin jaren '70, dat zit ook wel in jullie strips.
Eddie de Jong: Oh ja, ik heb ooit het Provo-blad nog geniet. Dat anarchistische, dat sprak ons wel aan.
René Windig: Of de schoorsteenpijpen van het oude fietsenfabriekje wit schilderen, lekker subversief doen.
Stripgids: Eén van jullie eerste creaties van 'Dick Bosch'...
Eddie de Jong: Dat was een soort van parodie op een detectivestrip uit de jaren 1940, 'Dick Bos' van Alfred Mazure. Deze reeks was nog in de oude spelling met veel 'sch's' en lange o's en zo. Dat gingen wij dan nog eens extra in de verf zetten.
René Windig: (heeft ondertussen een beduimeld exemplaar opgeduikeld): Kijk hier! Dan slaat Dick Bos een van zijn tegenstanders verrot en als hij dan uitgeteld tegen de grond ligt spuit Dick een oneliner als: "En nou word ik kwaad...!" Schitterend toch! Daar konden we wel iets mee doen!
Stripgids: Ook Oom Wim komen we regelmatig tegen in jullie werk.
René Windig: Oom Wim was zo'n betweterige oom die in Robbedoes allerlei historische weetjes uit zijn mouw schudde. Die verhaaltjes begonnen altijd met twee vervelende kinderen die iets verkeerds deden. Dan greep oom Wim in: "Als 'die of die' zich toen niet aan de regels gehouden had, dan..." en dan kregen we weer zo'n oervervelend verhaal voorgeschoteld.
Eddie de Jong: Wij maakten daar dan van: "Oom Wim, ik krijg hem niet omhoog!" en dan konden we weer een of ander goor verhaal vertellen. Die Oom Wim-verhalen dateren nog uit onze middelbareschooltijd: gezellig met z'n allen van die smerige onzin verzinnen...
Stripgids: Rockin' Belly hebben jullie daarentegen helemaal zelf verzonnen. Hoe is die tot stand gekomen?
René Windig: Ze zochten een paginastrip voor het krakersblad 'Bluf'. We maakten een strip met een vriend van ons in de hoofdrol. Die zat in een bandje: de Rockin' Belly Bende, vandaar...
Eddie de Jong: Daar heb jij trouwens ook nog even bij gespeeld, hè René? Met je mondharmonica. Later verscheen die strip ook nog een tijdje in Het Parool.
Stripgids: In 1987 begint Heinz, de kat van Rockin' Belly, een hoofdrol in de verhaaltjes te spelen. Waarom kozen jullie voor een kattenstrip?
Eddie de Jong: Omdat er al zoveel kattenstrips waren!
René Windig: Er zijn ook al zoveel mensenstrips, dus...

Garfield

Stripgids: Waren jullie niet bang om in het vaarwater van bijvoorbeeld Garfield te komen? Zat er op dat moment een commercieel idee achter?
René Windig: De strip was zeker geen reactie op Garfield. Ik had toevallig een rosse kater die Heinz heette en die hebben we tot stripheld gebombardeerd. Wat niet wegneemt dat we wel fan waren van andere kattenstrips zoals Krazy Kat, Fritz The Cat of Felix. Op de middelbare school hielden we ook regelmatig filmvertoningen. Die films ging ik halen bij het filmmuseum en we kregen die gewoon gratis mee. Eindelijk was er eens iemand geïnteresseerd in die ouwe troep... We hielden die festivalletjes vaak op de dag voor een scheikundeproef. Dan kon ik daar niet aan meedoen, want ik moest natuurlijk die films terugbrengen. Totdat de directeur het in de smiezen kreeg.
Eddie de Jong: Toen was het gedaan met filmpjes kijken!
René Windig: In feite is Heinz wel een beetje autobiografisch, je zou hem kunnen zien als een mengeling van onze beide karakters.
Eddie de Jong: Ja, als je ons kent, dan ken je Heinz ook wel. Een beetje anarchistisch, pesterig soms, altijd bereid om een lolletje uit te halen.
René Windig: Veel mensen vinden hem een echte ouwe zeur.
Eddie de Jong: Maar daar zijn wij het dan weer niet mee eens! (lacht)
Stripgids: Hoewel het om een dagelijkse krantenstrip ging, hielden jullie je meestal ver van de actualiteit. Wat was daar de reden van?
Eddie de Jong: Ik heb een hekel aan actualiteit.
René Windig: De 'Hollandse nieuwe' staken we er wel eens in, maar daar hield het dan wel mee op.
Stripgids: Baseren jullie je personages op bestaande figuren?
Eddie de Jong: Met Jodocus bijvoorbeeld (een slome schildpad, die verschrikkelijk traag praat - MS) willen we eerder een bepaald soort mensen in de verf zetten. Je kent ze wel: als je er langs gaat, vinden ze het enig om met jou hun laatste vakantievideo's te bekijken en dat duurt en duurt... Zoooooo traag zijn ze. En tegelijkertijd zijn ze ook geïnteresseerd in al die laatste nieuwe elektronicasnufjes. Verschrikkelijk is dat.
René Windig: Dolly, het vriendinnetje van Heinz, is natuurlijk gebaseerd op Dolly Parton, een zangeres waar we allebei hevige fan van zijn.
Stripgids: Hoe komen jullie in godsnaam bij Dolly Parton terecht?
René Windig: We zijn altijd wel met muziek bezig geweest.
Eddie de Jong: Als we tekenden, stond er altijd wel muziek op: country, blues, goeie folk. Vanalles wat: The Byrds, Taj Mahal, Ry Cooder, Billie Holiday, ... Dat was goede tekenmuziek.
René Windig: En toen legden we eens een plaatje van Dolly op...
Eddie de Jong: ... en we waren verkocht!
René Windig: We zijn ooit helemaal naar Dollywood geweest, haar pretpark in de States. Dat was onze droom: Dolly ontmoeten.
Eddie de Jong: We hadden zelfs 200 tulpen meegenomen vanuit Nederland.
René Windig: De douane zat gelukkig te slapen toen we daar passeerden. Of we iets aan te geven hadden? Neuj!
Eddie de Jong: Spijtig genoeg werd Dolly op dat moment bedreigd door een stalker en was de beveiliging serieus opgedreven. We kregen haar dus niet te zien.
René Windig: Stonden we daar met onze tulpen...
Stripgids: In de albums van Heinz wordt er regelmatig plaats ingeruimd voor een 'hommage' aan een collega-auteur. Zo is de cover van het laatste Heinzalbum 'Sokko moet naar Krokko' gebaseerd op een oud Nero-album, 'De ark van Nero'.
René Windig: Die vormgeving is iets wat we niet echt leuk vinden. We kijken dus eens goed rond in onze boekenkast en we zien wat we kunnen gebruiken. De cover van 'De katten hebben ogen' is bijvoorbeeld een bewerking van 'De vossen hebben holen' van Rien Poortvliet. 'Langs plag en knotwilg' haalden we bij een plakboek van Jac. P. Thysse, de man die Nederland aan de biologie kreeg.
Eddie de Jong: We probeerden altijd een geintje met de uitgever uit te halen en zo durfden we op het laatste ogenblik de titel nog wel eens veranderen. Toen Madonna haar plaatjesboek 'Sex' uitbracht, namen we die titel over voor een Heinzalbum. De uitgever geloofde er natuurlijk weer geen moer van. Onterecht deze keer!
Stripgids: Op een gegeven moment verschenen jullie zelfs in een Zweedse krant: het "Dagens Nyheter". Hoe zijn jullie daar terechtgekomen?
René Windig: Onze vriend en collega striptekenaar Paul Podino was in Zweden gaan wonen en hij heeft ons daar geïntroduceerd bij die Zweedse krant.
Eddie de Jong: Eén van de redacteuren, die toevallig ook Nederlands sprak, vertaalde die strookjes dan in het Zweeds. Dat zal, denk ik, zo'n half jaar geduurd hebben. We hebben zelfs met een aantal Zweedse ondernemers rond de tafel gezeten om een volledig Heinzblad uit te geven. Enthousiast dat die kerels waren!
René Windig: Nooit nog iets van gehoord...
Stripgids: Op een sabbatjaar na verscheen Heinz in verschillende kranten tot 2000. Dan krijgen we die 'Oude-strokenaffaire' (Omwille van persoonlijke problemen leverden Windig en de Jong een tijdje oude Heinzstroken aan de verschillende krantenredacties. Dat leidde in Nederland tot een heus schandaal).
Eddie de Jong: Tja, dat had met verschillende zaken te maken. Op een gegeven moment vroeg men ons om het materiaal digitaal aan te leveren. Wij hadden tot dat moment altijd onze strips met de post opgestuurd. Dat doen we nog altijd trouwens.
René Windig: Bovendien waren er in deze omgeving een aantal zaken gebeurd die ervoor zorgden dat we het even niet meer zagen zitten. We wilden er geen ruchtbaarheid aan geven, maar op een gegeven moment moesten we wel.
Eddie de Jong: Vroeger waren we ook al wel eens creatief geweest met recyclage en toen kraaide er geen haan naar.

Sonja Barend

Stripgids: Ik las onlangs nog een interview moet de wielrenner Michel Pollentier...
René Windig: Die van het peertje...
Stripgids: Hij beweerde dat hij - ondanks verschillende mooie overwinningen - toch nog altijd afgerekend wordt op die dopingaffaire tijdens de Tour de France.
Eddie de Jong: Dat herkennen we wel een beetje. De focus blijft toch vaak daarop gericht. Een aantal mensen voelden zich bekocht door die oude stroken, maar dat is hun probleem, vinden wij. Feit is dat we niet meer in de kranten verschenen, hoewel de meesten wel begrip hadden voor de hele situatie.
René Windig: Weet je dat we zelfs uitgenodigd werden om in verschillende talkshows ons verhaal te komen doen? 'Sonja', of 'Barend en Van Dorp'. Natuurlijk weigerden we dat.
Stripgids: Vanaf 2004 staan jullie terug in de krant Het Parool. Zijn dit dan nieuwe grappen?
René Windig: Zoals je wellicht gehoord hebt, is er ook al jaren sprake van een Heinztekenfilm. Het storyboard van die film is verschenen op de strippagina van de krant.
Eddie de Jong: Later verschenen er ook nog nieuwe Heinzgags, plus 'Heinz & co', waar we nieuwe personages lieten opdraven, zoals Sliske, Sikje, Eend, ... Ook die tekenden we in die rudimentaire stijl van dat storyboard, dat werkte wel.
Stripgids: In die gags (in albumvorm uitgegeven als 'Beffen-ijf') wordt vaak de draak gestoken met bestaande stripfiguren als Wiske, Kuifje, ... Hebben jullie nog geen boze brieven gekregen van Hergé en Vandersteenerven?
Eddie de Jong: Nee, nog niet gehad. Ook met onze Dick Bos- en Oom Wim-parodieën zijn we altijd weggekomen. Ze hebben misschien schik dat ze zelf een mal figuur zullen slaan als ze daarop gaan reageren...
René Windig: Waarschijnlijk zijn onze strips commercieel ook niet interessant genoeg om een drama over te maken. Moesten we nu vele duizenden exemplaren verkomen, ja dan...
Eddie de Jong: We zijn er ook van overtuigd dat het leven zonder die auteursrechten veel leuker zou zijn.
René Windig: Je zult natuurlijk altijd van die profiteurs hebben, maar over het algemeen ben ik het daar inderdaad wel mee eens. Zo ging ik pas nog een agendaatje kopen. Vroeger stonden daar zo van die kaartjes in van Nederland en Europa en verkeersborden en zo. Die waren nu nergens meer te bekennen. Toen ik die verkoopster naar die kaartjes vroeg antwoordde ze me dat de rechten te duur waren geworden. Kun je je dat voorstellen: de rechten op de kaart van Nederland zijn te duur!? Wat een onzin!
Stripgids: In jullie albums lopen heel wat grappig-irritante figuren rond. We hadden het al over Jodocus, de slome schildpad, maar ook Augustus (een Jerommekesachtige dommekracht met een serieus grammaticaprobleem) en de vittende tweeling Jan en Jaap, kunnen je serieus op de zenuwen werken. Meestal verdwijnen ze echter voordat je je kunt beginnen ergeren. Hebben jullie iets als een testpubliek?
René Windig: Dat zijn we zelf Ook een bezoek aan de kroeg helpt wel eens. 'Nou Windig, die Sliske van gisteren leek echt wel nergens op!' Dan weet je het wel. (lacht)
Eddie de Jong: We proberen thuis ook wel eens een grapje uit voordat we het publiceren.
René Windig: Toen we Sliske het 'Horst-Wessel-lied' (hymne van de Duitse nazi-partij, nog steeds verboden in Duitsland - MS) lieten zingen, kregen we wel veel commentaar. Dat vond men er echt 'over'.
Eddie de Jong: Wat voor ons natuurlijk een reden was om er nog een aantal foute grappen over te maken.

Stripstrijd

Stripgids: Momenteel staan er alleen ingekleurde versies van oude Heinz-avonturen in Het Parool.
René Windig: Toen we met 'Sliske' begonnen, hadden we echt een tweede adem gevonden en dachten we: "Dit houden we nog jaren vol!". Toen kwam de krant met het idee om een 'Stripstrijd' te organiseren, een wedstrijd voor jonge tekenaars.
Eddie de Jong: De lezers konden dan het beste aankomend talent kiezen, zo in de trant van die bel- en sms-programma's op tv. De krant vroeg ons dan - uit plaatsgebrek - om voorlopig met een van onze reeksen te stoppen, want op dat moment stonden we met zowel 'Heinz' als 'Sliske' op de strippagina.
René Windig: Dat zagen we niet zitten, dus toen beslisten we om er een half jaar de brui aan te geven. Omdat de krant toch wel iets wilde publiceren, hebben we dan uiteindelijk toegegeven en zijn we die oude Heinzen beginnen inkleuren! Je ziet het dus best als een soort protestactie.
Eddie de Jong: Toen er dan twee winnaars uit de wedstrijd kwamen, konden we het helemaal schudden.
René Windig: Goeie tekenaars, daar niet van, maar ja...
Stripgids: Dit jaar bestaat Heinz 20 jaar. Hoe gaan jullie dat vieren?
René Windig: 20 jaar Heinz, dat had prachtig kunnen wezen...
Eddie de Jong: We wachten af. Misschien doet Het Parool nog wel iets?
René Windig: We hebben nogal een jongensachtig idee van de wereld. Alles moet maar vanzelf goed gaan.
Eddie de Jong: We gaan in ieder geval niet smeken. Ze zijn ons momenteel precies een beetje vergeten. Het is trouwens alweer een hele tijd geleden dat we nog een interview hebben gegeven.
René Windig: En dan hangt er plots iemand van zo'n Vlaams stripblaadje aan de telefoon. (lacht)
Stripgids: Jullie hadden het daarnet zelf al over de Heinztekenfilm. Hoe staat het daarmee?
René Windig: Tja, plots staat er dan zo'n man uit de Nederlandse filmwereld voor je neus met het lumineuze idee om een Heinztekenfilm te maken. Wij gingen er toen al van uit dat alles in kannen en kruiken was. Bleek achteraf dat er geen geld was voor dat project. In die sector moet je schijnbaar veel roepen en schreeuwen om de interesse van de geldschieters te wekken.
Eddie de Jong: Wij hebben alles verschillende keren uitgeschreven om toch nog wat subsidies los te weken. We voelden ons net bedelaars...
Stripgids: Op de officiële site van de Heinztekenfilm wordt er nog altijd naar sponsors gezocht.
Eddie de Jong: Echt? René, daar moeten we toch echt eens iets aan doen. Heel dat tekenfilmproject heeft ons eigenlijk al meer geschaad dan die oude-strokenaffaire.
René Windig: Kortom, de kans dat er ooit een Heinztekenfilm verschijnt is bijna nihil.
Stripgids: Jullie leveren je materiaal nog altijd ambachtelijk aan, jullie hebben geen e-mail. Waar komt die aversie voor de moderne techniek vandaan?
Eddie de Jong: Daar heb ik dus een pesthekel aan, ik zie me echt niet achter zo'n scherm zitten.
René Windig: Eigenlijk vinden we alles van na 1990 overbodig! Cd's vinden we nog net aanvaardbaar.
Eddie de Jong: Je moet op een gegeven moment wel mee natuurlijk. Mijn vrouw houdt zich bezig met de administratie en heeft dus wel een computer. Ach, zolang ik me er zelf maar niks van moet aantrekken...
René Windig: Misschien dat we over 10 jaar wel van mening veranderen...
Stripgids: Jullie werken ondertussen al meer dan veertig jaar samen. Zijn er wel eens spanningen?
Eddie de Jong: Ja, maar dat gaat dan over lullige dingen. Renés vader had ooit zo'n groot ding in huis staan, een voorloper van het kopieerapparaat. Dan begin je te discussiëren over hoe je dat prul moet aanzetten en als dat apparaat dan kapot gaat...
René Windig: Of toen we in Amerika waren en met onze huurauto naar Dolly reden. Heel dat gedoe van "Je moet zo-o! Je rijdt verkeerd!" Van die dingen.
Eddie de Jong: Dat is de pep die je soms nodig hebt.

Klassieker

Stripgids: Wat zijn jullie toekomstplannen?
René Windig: Zoals je al gemerkt hebt, staat alles wat op een laag pitje.
Eddie de Jong: We zijn nu bezig met het volgende Heinzalbum. Da's dan 23A: 'Nu al een klassieker'. Daar zal dan vooral dat storyboard van die tekenfilm in staan. Hopelijk verschijnt het nog dit jaar.
René Windig: We hebben ook plannen voor een soort van 'Heinzyclopedie', eigenlijk een vervolg op 'De stomme wereld van Heinz' uit 1993. Daarin zouden dan alle 'restjes' komen te staan van nà 1991. De werktitel hebben we al: 'Moeder vertel ons eens over... Heinz'! (toont dan schaterlachend een boekje met de originele cover: 'Moeder, vertel ons eens over... Hitler', een behoorlijk fout jeugdboek uit de Tweede Wereldoorlog). Mensen gaan ons nog verdenken van verkeerde sympathieën!
Eddie de Jong: We denken ook nog aan een Heinzmuseum, hier op deze locatie.
René Windig: Wel op kleine schaal natuurlijk, anders komt er weer een hoop administratie bij kijken.
Eddie de Jong: Wij zijn geen handelaars, we hebben nooit geluld over geld.
René Windig: Zo is er ook een poging tot merchandising geweest: poppetjes en zo. Ook niet gelukt! Zulke dingen pakken we altijd weer verkeerd aan... The Story of Our Life!
Stripgids: Heren, hartelijk bedankt voor dit interview.
Eddie de Jong: Hebben jullie trouwens geen zin om nog ergens een pilsje mee te gaan drinken? We kennen wel een aantal leuke plekjes hier in de buurt.
Stripgids: Het leven van een stripjournalist kan zwaar zijn...